De inkomstenbelasting en aanverwante fiscale regels blijven volop in beweging. Ook richting 2026 worden diverse wijzigingen doorgevoerd die gevolgen hebben voor particulieren, ondernemers en vermogenden. Hieronder zetten we de belangrijkste veranderingen overzichtelijk op een rij.
Box 1: versnelde afbouw Hillen-aftrek
In box 1 wordt de Hillen-aftrek versneld afgebouwd. In 2025 blijft het verschil tussen het eigenwoningforfait en de renteaftrek nog voor 76⅔% onbelast. Oorspronkelijk zou deze aftrek tot 2048 geleidelijk verdwijnen, maar dit tempo wordt verhoogd. Vanaf 2026 wordt de aftrek jaarlijks met 4,8% afgebouwd. In 2026 resteert nog 71,82% en in 2041 verdwijnt de aftrek volledig. Vooral huiseigenaren zonder of met een zeer lage hypotheekschuld gaan hierdoor stapsgewijs meer belasting betalen.
Box 2: aangepaste schijven en verzamelinkomen
Sinds 2025 geldt in box 2 een gedifferentieerd tarief. Over de eerste schijf wordt 24,5% belasting geheven. Deze schijf loopt van € 67.000 in 2025 op naar € 68.843 in 2026 en geldt per persoon. Het lagere tarief is bedoeld om dividenduitkeringen te stimuleren en belastinguitstel te beperken. Over het meerdere geldt een hoger tarief.
Voor fiscale partners wordt de gezamenlijke dividendschijf in 2026 verhoogd naar € 137.686. Vanaf 2025 telt dit inkomen mee in het verzamelinkomen, wat gevolgen kan hebben voor toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.
Box 3: beperkte verhoging, maar optimaliseren blijft relevant
Ook in box 3 blijft de huidige systematiek voorlopig van kracht. Tot en met 2027 wordt de heffing berekend op basis van forfaitaire rendementen voor bank- en spaartegoeden, overige bezittingen en schulden. Het forfait voor overige bezittingen stijgt per 1 januari 2026 van 5,88% naar 6%. De eerder aangekondigde verhoging naar 7,78% gaat niet door. De forfaits voor banktegoeden en schulden worden pas na afloop van het jaar vastgesteld. De belastingdruk blijft voor 2026 op 36%.
Tegenbewijsregeling
Is het werkelijke rendement over je totale box-3-vermogen lager dan het forfaitaire rendement? Dan kun je via de tegenbewijsregeling (een deel van) de box-3-heffing terugvragen. Dit speelt vooral bij vermogens die grotendeels uit spaargeld of laagrentende vorderingen bestaan.
Let op: ook waardeveranderingen en vermogensmutaties tellen mee. Bij beleggingen of onroerend goed ligt het werkelijke rendement vaak hoger dan het forfait, waardoor de regeling minder snel voordeel oplevert. Het tegenbewijs wordt nu nog ingediend via het OWR-formulier. Vanaf 2026 kan dit rechtstreeks via de aangifte inkomstenbelasting.
Heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrije vermogen stijgt in 2026 van € 57.684 naar € 59.357 per persoon. Voor fiscale partners samen bedraagt dit € 118.714. De eerder voorgestelde verlaging gaat niet door.
Box-3-vermogen verlagen
Ondanks het afzwakken van de plannen blijft het zinvol om je box-3-positie te bekijken. Mogelijkheden zijn onder andere:
- geplande aankopen van gebruiksgoederen die niet in box 3 vallen (zoals auto, boot of kunst (als het maar aan de muur hangt en niet in een kluis);
- belastingschulden vóór 31 december betalen (erfbelasting is wél aftrekbaar);
- extra hypotheekaflossingen;
- schenkingen aan kinderen;
- benutten van jaarruimte of reserveringsruimte voor lijfrente;
- verkoop van verhuurde panden en tijdelijke plaatsing van de opbrengst op een spaarrekening.
Schenkingen en erfbelasting: ruimere termijnen
Bij schenkingen en erfbelasting worden in 2026 praktische verbeteringen doorgevoerd. De aangiftetermijn voor erfbelasting wordt verlengd van 8 naar 20 maanden na overlijden. Ook de belastingrente (nu 6,5%) gaat pas lopen na deze termijn. Daarna kan nog één keer uitstel worden aangevraagd. Bij een onjuiste aangifte wordt rente voortaan alleen berekend over het verschil met de definitieve aanslag.
Overdrachtsbelasting: lager tarief voor beleggingen en eigen woningen
Het tarief voor zakelijk onroerend goed en woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt daalt per 1 januari 2026 van 10,4% naar 8%.
Voor woningen die als hoofdverblijf dienen blijft het tarief 2% (uitzondering geldt voor starters). De startersvrijstelling blijft bestaan en de grens stijgt naar € 555.000.
Overzicht overdrachtsbelasting 2026:
- Andere onroerende zaken dan woningen: 10,4%
- Woningen niet voor eigen gebruik: 8%
- Woningen voor eigen gebruik: 2%
- Woningen voor eigen gebruik door starters: 0%
Wettelijk brutominimumloon
Per 1 januari 2026 stijgt het wettelijk brutominimumloon voor volwassenen van 21 jaar en ouder van € 14,40 naar € 14,71 per uur. Dit komt neer op een stijging van rond de 2,15% ten opzichte van het minimumuurloon dat gold per 1 juli 2025.
Het bruto maandloon op basis van 36 uur komt uit op € 2.294,40. Dit heeft directe gevolgen voor werkgevers en loonafhankelijke regelingen.
Minder fiscaal voordeel voor zelfstandig ondernemers
Voor IB-ondernemers worden aftrekposten verder afgebouwd. Met name de zelfstandigenaftrek staat onder druk:
- 2025: € 2.470
- 2026: € 1.200
- 2027: € 900
Voor ondernemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, geldt 50% van deze bedragen. Dit maakt een zorgvuldige keuze voor ondernemingsvorm en fiscale planning steeds belangrijker.
Auto van de zaak: bijtelling en youngtimers
De afschaffing van de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s wordt uitgesteld. In 2026 geldt 18% bijtelling over de eerste € 30.000, in 2027 20% en vanaf 2028 22%.
De youngtimerregeling wordt aangescherpt. De minimumleeftijd stijgt in 2026 naar 16 jaar en in 2027 naar 25 jaar.
Vanaf 1 januari 2027 komt er een pseudo-eindheffing voor personenauto’s met een CO₂-uitstoot boven 0 gram per kilometer die een werkgever aan een werknemer beschikbaar stelt voor privégebruik. Het tarief bedraagt 12% van de catalogusprijs. Deze heffing komt bovenop de reguliere loonheffingen over de bijtelling voor privégebruik.
De pseudo-eindheffing is voor het eerst verschuldigd in 2028, over personenauto’s die in 2027 voor privégebruik ter beschikking zijn gesteld. Voor auto’s die al vóór 2027 aan werknemers zijn verstrekt, geldt overgangsrecht tot en met 17 september 2030.
Btw-wijzigingen per 1 januari 2026
Het btw-tarief voor kortdurend logies (hotels, pensions en vakantieverblijven) stijgt van 9% naar 21%. Kamperen blijft uitgezonderd. Ook bij vooruitbetaling in 2025 voor prestaties in 2026 geldt het hogere tarief. De aangekondigde btw-verhoging voor cultuur, media en sport wordt teruggedraaid. Voor onder meer boeken, musea, sport en culturele evenementen blijft het lage tarief gelden.
Wees voorbereid
De fiscale wijzigingen voor 2026 raken veel verschillende situaties. Tijdige voorbereiding en een advies op maat kunnen een groot verschil maken voor jouw persoonlijke of zakelijke situatie. Neem gerust contact met ons op.